
Met het onverwachte verlies van de CU bij de Tweede Kamer verkiezingen van 9 juni jl. van 6 naar 5 zetels en de bescheiden groei van de SGP, net geen derde zetel, is het zaak dat de twee partijen weer meer de handen ineen slaan.
Dat de christelijke kiezer net zo zwevend is als de seculiere kiezer, zoveel is wel duidelijk geworden. Met het fnuikende verlies voor het CDA en het jammerlijke teruggang voor de CU lijken de bakens inzake christelijke getuigenispolitiek voorgoed verzet te zijn. Er zal de aankomende maanden nog wat af geanalyseerd worden, maar 1 eenduidige conclusie mag getrokken worden: ook het kiezerslontje van de christelijke kiezer is korter geworden. Anno 2010 is er geen ruimte meer voor fletse partijprofielen of over datum zijn politici die het nog een keertje willen proberen. Kiezers willen pakkende oneliners, uitgesproken opvattingen en vooral panklare oplossingen, liever vandaag dan morgen. Je mag op dergelijk gedrag afdingen, de oppervlakkigheid ervan hekelen, maar het tijdsgewricht is er niet naar. Also sprach Zarathustra?
Vooral het CDA mag dit zich aantrekken. Cruciale inschattingsfouten zijn er gemaakt. Het specifiek eigene van het christendemocratisch denken werd niet ingebed in de sociaal-economische boodschap richting de kiezers, waardoor de partij pijnlijk gezichtsverlies leed en er niets anders overbleef als het armetierig benadrukken de ‘aangename’ gulden middenweg te zijn ten opzichte van de linkse PvdA en de rechtse VVD. Overtuigen kon men echter niet. Veel wol, weinig onderscheidende taal. Het kiezerspotentieel nam massaal de vlucht naar de meer uitgesproken PVV en de VVD. Het CDA doet er, of men nu wel of niet regeringsverantwoordelijkheid neemt, goed aan de aankomende jaren intern te herbronnen. Het Program van Uitgangspunten kan opnieuw uit de kast worden gehaald: aanvullen, updaten en herrijken en misschien dat het dan nog goed komt voor de christendemocratie.
Een dergelijke opzet zou ook de partij van Andre Rouvoet, de ChristenUnie, niet misstaan. Misschien minder dik aangezet dan bij het CDA, maar de noodzaak om te bezinnen is als het goed is aanwezig. De CU kwam door intern gekrakeel inzake het gevoelige homostandpunt binnen de partij uiteindelijk minder goed uit de verf dan verwacht. Dat kan in andere opzichten niet aan Andre Rouvoet gelegen hebben. Hij bracht het onderscheidende geluid (op financieel-economisch terrein links en op het gebied van ethiek terughoudend) goed voor het voetlicht en was dikwijls een aangename verpozing tussen het verbale geweld van Rutte (VVD) en Balkenende (CDA).
De derde speler in de christelijke politiek, de SGP, bracht het er stukken beter vanaf. Kees van der Staaij mag dan door de seculiere media in het politieke geweld op de achtergrond zijn geplaatst, wanneer hij sprak, dan was het vol geestdrift en zonder een millimeter afstand te doen van het SGP-gedachtegoed. De derde zetel mag dan niet geincasseerd zijn, de partij heeft wel kiezersgunst verworven. Vooral dat laatste zou voor de CU reden moeten zijn terug te komen op haar wat neerbuigende houding richting de mannenbroeders in de afgelopen jaren. We zullen het nooit helemaal weten, maar het had er alle schijn van dat het regeringspluche de CU minder salonfahig maakte jegens de SGP en dat is jammer want als er iets duidelijk is, dan is het dat verdere verdeeldheid tussen deze twee partijen zeer tot zeer ongewenst is.
Met het huidige zetelaantal van de CU in het achterhoofd en in de wetenschap dat de partij nog altijd een voortvloeisel is uit de twee partijen RPF en GPV, is de CU getalsmatig dus helemaal niet zo veel groter dan de SGP met haar bijna drie zetels. Mocht de CU in wijsheid besluiten tot een herbronnen te komen dan liggen er kansen en uitdagingen in het verschiet om de banden met zusterpartij SGP weer eens wat aan te halen.
Het aanzien van de christelijke politiek zou er mee gebaat zijn.
Bert Brouwer is freelance publicist.
Zie ook: http://fp.dagelijksestandaard.nl/2010/06/cu-en-sgp-moeten-elkaar-niet-langer-uitsluiten/
















